Voor diegene die van plan zijn om met de modelvliegtuigsport te beginnen, volgen hierbij een aantal waardevolle tips die zeker zullen helpen om later geen ontgoochelingen op te lopen.
Nadat de keuze is gemaakt over het type van model waarmee men wil gaan vliegen, is een bezoek aan een modelbouwspeciaalzaak nog zeker niet aan de orde.
De verscheidenheid in de modelvliegtuigsport is zo gevarieerd en tevens zo complex dat zij aparte eisen stellen met betrekking tot de vereiste vaardigheden, de daarbij horende uitrusting zonder de financiële kant van de aankoop niet te vergeten. Het internet afschuimen ligt voor de hand, maar beter is om in eerste instantie informatie in te winnen bij een naburige club om zodoende daadwerkelijk kennis te maken met de hobby. Verzamel daarbij alle wetenswaardigheden over de verschillende disciplines en de faciliteiten die daar worden geboden.
 
Algemene regel is dat een beginnermodel niet mooi hoeft te zijn maar wel moet beschikken over goedmoedige vliegeigenschappen. Het toestel moet makkelijk te bouwen zijn en dit aan de hand van een duidelijke en verstaanbare handleiding met bijhorende tekening en geïllustreerd met foto’s.
Een aantal fabrikanten van bouwdozen vullen ook de richtlijnen aan met een schat aan informatie met betrekking tot nuttige bouwtips, technische toelichting bij het inbouwen van de verschillende onderdelen, het verder afwerken en uiteindelijk vliegklaar maken van het model. Wie over weinig tijd beschikt, of ertegen opziet om zelf een toestel te bouwen, kan tegenwoordig kiezen voor een ARF model (Almost Ready to Fly) of kan zelfs een modelvliegtuig aanschaffen dat volledig kant en klaar is en weinig of geen doorgedreven aanpassingen vergt (Ready to Fly). Het voordeel is dat een ARF toestel goedkoper is dan een bouwdoos, meestal foutloos is gebouwd en perfect afgewerkt, maar vooral dat het snel vliegklaar is. Wegens de materiaalkeuze of de aard van het gebruikte materiaal kan bij deze geprefabriceerde toestellen een complexe reparatie soms problemen opleveren.

Door de opkomst van elektrisch aangedreven toestellen, die uitgerust zijn met een borsteloze motor en gevoed worden door lithium polymeer accucellen (LiPo), moet er eerst een cruciale keuze worden gemaakt. De aard en het verschil tussen een verbranding- of elektromotor is hierbij primordiaal en doorslaggevend.

Verbrandingsmotoren gebruiken vloeibare brandstof, zijn algemeen goedkoper en lichter in gewicht  maar vereisen daarentegen een zeer fijngevoelige en delicate afstelling. De verbrandingsmotor is traditioneel en op vele grotere (schaal)modellen momenteel nog wel de enige keuze.
Het vermogen van de nieuwe generatie elektromotoren is echter krachtig genoeg voor de meeste modellen en het gewicht van de accu’s is hierbij relatief aanvaardbaar. Nadeel is dat de kosten in de aanvangsfase hoger uitvallen door de aanschaf van een speciaal laadapparaat met toebehoren en de nodige voedingsaccu’s om meerdere vluchten te kunnen uitvoeren. Het grote voordeel van de elektromotor is echter dat hij gebruiksvriendelijk en betrouwbaar is en veel minder lawaai produceert dan de verbrandingsmotor, waardoor men niet gebonden is aan geluidsbeperkingen op het veld..
 
Wie voor een zwever opteert is er op de markt keuze genoeg tussen een verscheidenheid van diverse modellen die al dan niet met een elektromotor zijn aangedreven. Bij de laatste configuratie dient men wel rekening te houden met een bijkomende aankoop van meerdere LiPo accu’s en een speciaal daarvoor geschikt laadapparaat dat ook op een 12 Volt autobatterij kan aangesloten worden.
 


Valt de keuze op een motorvliegtuig dan is de Calmato van Kyosho met een spanwijdte van 1,6 meter en met een kleine 2-takt brandstofmotor of een 300 Watt borstelloze elektromotor een geschikte combinatie. Gezien het enorme aanbod in deze klasse zijn er echter nog meerdere toestellen die als beginnerskist in aanmerking komen. Vooral een ARF is dan meteen een goede keuze om als leek aan de slag te gaan.

Wie voor een helikopter kiest is het, alvorens een aankoop te overwegen, met klem aangeraden om eerst iemand te contacteren die op de hoogte is van deze discipline en tevens bereid is om de knepen van deze vliegtechniek aan te leren. Samen met deze instructeur kan dan de keuze van het model bepaald worden, alsook het type motor en de besturingsmode. Deze regel geldt trouwens voor alle voorgaande gevallen waar een goede begeleiding en een doorgedreven opvolging een must is.
 
Tenslotte rest er nog een zeer belangrijke keuze, namelijk deze van de radiobesturing.
Gezien de verschillende en vrijwel onbeperkte mogelijkheden die nu worden geboden is het belangrijk om de meest geschikte zender in nauw overleg met de instructeur te bepalen. De meeste aangeboden proportionele zenders zijn tegenwoordig uitgerust met een computerchip die een groot aantal instellingen per model in het geheugen kan opslaan.

Met deze nieuwe techniek voorhanden komt het vaak voor dat les gegeven wordt met een zgn. “buddy” configuratie. De opgeslagen instellingen van het toestel kunnen dan probleemloos opgeroepen worden en gekoppeld aan beide zenders die met een kabel verbonden zijn. Noodzakelijk is dit niet echt, maar het is wel handig en tijdbesparend wanneer later de draad van het lesgeven terug wordt opgepakt.
Tegenwoordig wordt vrijwel uitsluitend gevlogen met een 2,4 Ghertz zender die als groot voordeel heeft dat hij bijna 100% ongevoelig is voor andere stoorzenders.
 .
De kans is heel groot dat de lestijd om de techniek van het  vliegen onder de knie te krijgen wordt verkort als men parallel thuis oefent met een vliegsimulator op de computer. Van belang is echter dat de praktijksituatie zo goed mogelijk wordt gesimuleerd. Hierbij verdient het wel de voorkeur om een programma te kiezen waarop men zijn eigen zender kan aansluiten. Er zijn meerdere goede vlieg simulatoren in de handel en neem daarom eerst contact op met een specialist ter zake.

Veel succes bij uw zoektocht en misschien tot op het vliegveld.